13 June 2012
Om de door Vlaanderen en Europa vooropgestelde werkzaamheidsdoelstellingen te behalen en de toenemende vergrijzingskosten een halt toe te roepen, is de afgelopen jaren de klemtoon in het eindeloopbaanbeleid steeds meer komen te liggen op het verlengen van de actieve loopbanen. Of 50-plussers daadwerkelijk langer blijven werken, bekijken we aan de hand van de evolutie in hun gemiddelde uittredeleeftijd.
Tabel 1 toont de gemiddelde uittredeleeftijd per gewest over de periode 2001-2010. Het gaat om de leeftijd waarop 50-plussers hun laatste job verlaten hebben. In de periode 2001-2010 is de gemiddelde uittredeleeftijd in alle gewesten gestaag toegenomen. In het Vlaamse Gewest steeg de uittredeleeftijd over deze periode met 1 jaar: van 58,4 jaar naar 59,4 jaar. Dit impliceert een groeivoet van 1,3 maanden per jaar. Opmerkelijk is dat deze gemiddelde groeivoet in de periode na het Generatiepact (2006-2010) niet substantieel hoger was dan in de periode ervoor (2001-2005). Het blijft onduidelijk of van het Generatiepact eenvoudigweg te weinig impulsen zijn uitgegaan, dan wel of het hefboomeffect grotendeels teniet is gedaan door de economische crisis.
In tabel 2 kijken we naar de verwachte loopbaanduur van 50-plussers. De intuïtie achter de verwachte loopbaanduur stemt overeen met deze achter de verwachte levensduur of ‘levensverwachting’. De levensverwachting drukt uit hoeveel jaar een persoon op een bepaalde leeftijd nog verwacht wordt te leven (indien de sterftekansen per leeftijd stabiel blijven). De verwachte loopbaanduur is op eenzelfde manier te interpreteren. Deze drukt uit hoeveel jaar een persoon op een bepaalde leeftijd nog verwacht wordt beroepsactief te zijn (indien de activiteitsgraden per leeftijd stabiel blijven).
In 2009 bedroeg de verwachte loopbaanduur voor een 18-jarige Vlaming 33,2 jaar. Dit betekende dat een 18-jarige die zich anno 2009 op de arbeidsmarkt begaf zich kon verwachten aan een actieve loopbaan van gemiddeld 33,2 jaar. De verwachte loopbaanduur voor een 50-jarige Vlaming bedroeg 7,6 jaar (tabel 2). Een 50-jarige Vlaming had gemiddeld dus nog 7,6 actieve loopbaanjaren voor de boeg. Dit cijfer lag lager voor het Waals Gewest, maar (lichtjes) hoger voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De relatief hogere activiteitsgraden vanaf 58 jaar in dit gewest verklaren dit resultaat. Daarnaast zien we dat op een leeftijd van 50 jaar de verwachte loopbaanduur van mannen deze van vrouwen ruimschoots overtreft in alle gewesten.
Uit figuur 1 leiden we af dat België in vergelijking met andere Europese landen op het vlak van verwachte loopbaanduur helemaal achteraan de rij bengelt. In 2010 bedroeg de verwachte loopbaanduur voor een 50-jarige 7,8 jaar in België, terwijl dit in onze buurlanden opliep tot 8,5 jaar (Frankrijk), 10,4 jaar (Nederland) en 11,2 jaar (Verenigd Koninkrijk). In de figuur hebben we een selectie van Europese landen opgenomen, maar ongeacht welke lidstaten we toevoegen, België blijft het laagst scorende land. Enig lichtpuntje is dat België de kloof enigszins heeft verkleind tijdens de afgelopen jaren. Tijdens de periode 2000-2010 kende België immers de op een na sterkste toename in verwachte loopbaanduur (+34,3% of +2 jaren). Enkel Nederland ging ons land nog vooraf (+37,8% of +2,8 jaren). In de EU-27 bedroeg de gemiddelde toename +17,8% (+1,4 jaren). Door deze stijging komen we op gelijke hoogte met Italië, maar de afstand met onze buurlanden en de andere Europese landen blijft groot.
We kunnen besluiten dat België op vlak van verwachte loopbaanduur in Europees perspectief nog steeds een zwakke leerling is en dat ook de gemaakte progressie inzake uittredeleeftijd tot nu toe (te) gering was. Het is vooral uitkijken of de recente arbeidsmarkt- en pensioenhervormingen voldoende zullen zijn om de actieve loopbanen aan een verhoogd tempo te verlengen.
Indien u meer wil lezen over deze en andere eindeloopbaanindicatoren, verwijzen we u graag naar het WSE-rapport Herremans, W., Boey, R., Vansteenkiste, S., Theunissen, G. & Sels, L. 2012. Met aarzelende pas richting 50%. De boordtabel eindeloopbaan 2012. Leuven: Steunpunt Werk en Sociale Economie. Brussel: Departement Werk en Sociale Economie.
De achterliggende cijfers bij de analyses kan u raadplegen in de cijferrubriek op de website van het Steunpunt WSE (deelrubriek ’Thematische Boordtabellen’ > ’Eindeloopbaan’).
Eind juni 2012 komt bovendien een nieuw nummer uit van Over.Werk, Tijdschrift van het Steunpunt WSE, volledig gewijd aan de eindeloopbaanthematiek. Veel leesplezier!
Sarah Vansteenkiste
Steunpunt WSE