Onderzoekslijn 2
Kwaliteit van banen en loopbanen
Academisch verantwoordelijke: Prof. Dr. Dimitri Mortelmans
Onderzoeksteam: Prof. Dr. Luc Sels Dr. Anneleen Forrier Dr. Walter Van Trier (als liaison naar het SONAR-project) Mieke Booghmans Dorien Frans
Een loopbaanperspectief op werk is de laatste jaren een rode draad geworden doorheen het Vlaamse werkgelegenheidsbeleid. Uitgangspunt hierbij is dat de maatregelen die worden genomen om diverse transities naar, op en van de arbeidsmarkt te beïnvloeden en op die manier de werkzaamheidsgraad op te krikken, moeten worden bekeken vanuit hun impact op de gehele loopbaan van werknemers. Vanuit beleidsoogpunt is het belangrijk om inzicht te hebben in de loopbaanpatronen van werknemers en in de manier waarop deze worden beïnvloed door beleidsmaatregelen.
De onderzoekslijn ‘Kwaliteit van banen en loopbanen’ verricht onderzoek naar veranderingen in loopbaanpatronen, de determinanten van loopbaantransities en de effecten van beleidsinstrumenten op vlak van loopbaanmanagement en -dienstverlening. De doelstellingen van de onderzoekslijn zijn meer specifiek: (1) identificatie van criteria voor onderzoek van loopbaantransities en –patronen; (2) beschrijving en verklaring van loopbaanpatronen; (3) internationale vergelijking van loopbaanpatronen en de factoren die loopbaanpatronen bepalen; (4) ontwikkeling van een loopbaanpanel en verzameling van longitudinale loopbaangegevens.
In de eerste plaats wil deze onderzoekslijn tot een beter begrip komen van de wijze waarop loopbaanpatronen en loopbaantransities vorm krijgen. De aard en kwaliteit van een loopbaanpatroon en de kans op transities worden echter sterk mee bepaald door de andere levensdomeinen van een individu en de keuzes van organisaties waarin een individu werkt. Daarom wordt steeds de meerlagige betekenis van de loopbaan als uitgangspunt genomen: individuen met verschillende levenssferen ontwikkelen een loopbaan binnen een sociale context die stimulerend of belemmerend kan werken voor de uitbouw van een loopbaan. Om de factoren in kaart te brengen die op micro- (individuele levensloop), meso- (organisatiebeleid) en macroniveau (het beleid zoals geconcretiseerd in sociaal- en arbeidsrechterlijke maatregelen) loopbaantransities belemmeren of faciliteren, wordt tevens gesteund op een dynamisch, longitudinaal methodologisch perspectief.
|